Plantinstructies - Bomen
De grootte en diepte van het plantgat hangen af van de dikte van de boom. In onderstaande tabel is af te lezen welke maten minimaal nodig zijn bij bomen met een bepaalde omvang:
|
Stamomvang |
grootte
plantgat
|
diepte
plantgat
|
losmaken
bodem plantgat
|
boompalen(en)
(afstand tot het midden) |
|
6
- 8-10 cm
|
90
x 90 cm
|
50
cm
|
40
cm
|
20
cm
|
|
10-12-14 cm
|
100
x 100 cm
|
50
cm
|
50
cm
|
30
cm
|
|
14-16-18
cm
|
120
x 120 cm
|
60
cm
|
50
cm
|
50
cm
|
|
18-20-25
cm
|
150
x 150 cm
|
60
cm
|
50
cm
|
60
cm
|
Bij vochthoudende grond, bijvoorbeeld kleigrond, kan volstaan worden met een plantgat van 1/3 groter dan de wortelpruik. Heeft de wortelpruik bijvoorbeeld een doorsnee van 60 cm, dan is een plantgat van 80 cm voldoende. Behalve de bodem, moeten ook de zijkanten van het plantgat losgemaakt worden.
Als een boom in de bestrating
komt te staan, dan is een plantgat nodig van 2 bij 2 meter.
![]() |
Voor voldoende
steun, hebben de geplante bomen één of twee boompalen van
250 cm x 8cm nodig. Afhankelijk van de stamomvang moet(en) die (aan weerszijden)
op 20 tot 60 cm uit het midden van het plantgat geplaatst worden. Boor met
behulp van een grondboor een gat tot een diepte van 60-70 cm, zodat de paal
goed vast staat en sla met een sleg de laatste 30-40 cm van de paal de grond
in. Zet de te plaatsen boom aan de oostzijde van, en op de gewenste afstand, naast de boompaal met een voetbreedte ertussen, iets schuin naar boven, zodat de boom bovenaan de paal iets verder van de paal afstaat. Bevestig nu de boomband met afstandsblokje aan de paal, 3-5 cm onder de kop en trek de boom recht, zodat de boom iets gespannen in de boomband staat. |
Voer de grondverbetering,
het planten, de wortelsnoei enzovoort uit, zoals beschreven bij "Algemene
planteisen".
| Snoei de bomen bij de aanplant. Alle gebroken, schurende en concurrerende takken moeten geheel worden weggenomen. Takken die bijna evenwijdig aan de stam groeien, de zogenaamde "zuigers", moeten ook helemaal weggeknipt worden. Bij de meeste boomsoorten, behalve de Magnolia, de kroon uitdunnen door takken helemaal weg te snoeien. |
![]() |
Van de overgebleven takken
1/3 deel inkorten. Als een kopscheut aanwezig is deze 1/3 inkorten en ook alle
zijtakken 1/3 deel inkorten. Er mag niet meer dan 20% van het aanwezige hout
worden weggesnoeid, anders ontwikkelen zich waterloten.
Van de Laburnum (Goudenregen) moeten de zijtakken tot op ± 20
cm worden teruggeknipt.
Bij stagnerende groei van een Crataegus (Meidoorn) kunnen de zijtakken
tot op 15 cm teruggesnoeid worden.
![]() |
Bij bomen
met een bolvormige kroon (bijvoorbeeld de Bolesdoorn/Bolacacia) moeten
begin maart de kroontakken tot op 10 cm op de kroon worden teruggesnoeid.
Het aantal takken dat over moet blijven is maximaal 7. Als er meer kroontakken
zijn, dan moeten die tot vlak op de kroon worden teruggesnoeid. Het terugsnoeien van de kroon geldt niet voor de soorten Prunus em. "Umbraculifera" ( Prunus frut. "Globosa"), "Fraxinus ornus Meckzek". |
<< vorige ..... volgende >>
(c) Bloemisterij Van Herwijnen, Web Site Design BVherwijnen